praktijkvoorbeelden

Terug naar overzicht

Passieve en afwachtende houding werknemer leidt tot lagere ontslagvergoeding

Een werknemer van 55 jaar raakt na een dienstverband van ruim 21 jaar met zijn werkgever in discussie over zijn functioneren. In 2004 heeft de werkgever al eens een ontslagaanvraag op grond van disfunctioneren bij een kantonrechter ingediend. Deze ontslagaanvraag is destijds door de rechter afgewezen.

Twee jaar later, in 2006, start de werkgever een nieuwe ontslagprocedure. De werkgever voert in deze procedure aan dat hij de werknemer in de afgelopen twee jaren persoonlijk begeleid heeft en zijn werkzaamheden heeft gecontroleerd. Volgens de werkgever heeft deze periode echter niet tot een verbetering van het functioneren geleid.

De werknemer stelt zich op het standpunt dat hij geen enkele begeleiding heeft gehad, maar dat hij slechts gecontroleerd is.

De rechter is van mening dat uit het dossier blijkt dat de werknemer geen enkele inspanning gedaan heeft om zijn functioneren te verbeteren. Zo is de werknemer nooit een discussie met zijn werkgever aangegaan en evenmin heeft hij om een persoonlijk gesprek gevraagd. De werknemer heeft zich beklaagd over het gebrek aan begeleiding en aanvullende scholing zonder op dit punt zelf enig initiatief te tonen.

Met name omdat de werknemer een te passieve afwachtende houding heeft aangenomen, ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een beperkte ontslagvergoeding aan de werknemer. De vergoeding wordt vastgesteld op EUR 37.500 bruto. Dit komt overeen met een zogenaamde  correctiefactor van 0,75.