Reorganisatieontslag bij ambtenaren

Terug naar overzicht

Reorganisatieontslag bij ambtenaren

Een belangrijke ontslaggrond in het ambtenarenrecht is reorganisatie.

Voordat een reorganisatieontslag aan de orde is, worden van uw werkgever wel de nodige inspanningen verlangd. Zo moet eerst worden gekeken of u als ambtenaar uw functie kunt volgen. Het kan namelijk zo zijn dat uw ‘oude' functie min of meer terugkeert binnen de nieuwe organisatie.

Een voorbeeld.
Een ambtenaar is werkzaam in de functie van beleidsadviseur. In verband met een reorganisatie komt deze functie te vervallen. Een groot deel van de taken van de beleidsadviseur keert terug in de nieuwe organisatie in de functie beleidsmedewerker. Op basis van het principe ‘mens volgt functie' komt de ambtenaar voor plaatsing in de functie van beleidsmedewerker in aanmerking.

Als uw functie in de nieuwe organisatie niet terugkomt, dan kan uw werkgever u aanmerken als herplaatsingskandidaat. De aanwijzing als herplaatsingskandidaat is een besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt. De werkgever moet zich dan inspannen om een passende andere functie voor u te vinden binnen de organisatie.

Bij rijksambtenaren gaat dit zelfs zo ver dat uw werkgever verplicht is om gedurende de herplaatsingsperiode van 18 maanden minstens één passende functie aan te bieden aan de herplaatsingskandidaat. Pas daarna kan een eventueel ontslagbesluit genomen worden.

Bij een reorganisatie is er ook vaak sprake van een sociaal plan of een sociaal beleidskader. Hierin staat beschreven hoe de reorganisatie wordt uitgevoerd en welke maatregelen er getroffen worden om u en uw collega's te herplaatsen en/of te ondersteunen bij het behouden van uw functie.

Eerst nadat een zorgvuldig herplaatsingsonderzoek heeft plaatsgevonden kan tot ontslag worden overgegaan. Uiteraard zal het ontslagbesluit zorgvuldig voorbereid moeten worden en zult u in de gelegenheid worden gesteld om uw zienswijze te geven.

Bij het reorganisatieontslag zal rekening gehouden moeten worden met een opzegtermijn. Deze opzegtermijn is terug te vinden in de rechtspositieregeling. Zo geldt voor rijksambtenaren bij een reorganisatieontslag een opzegtermijn van drie maanden.

Tegen het ontslagbesluit kunt u bezwaar maken. Na bezwaar kan eventueel beroep bij de rechtbank, sector bestuursrecht, en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep worden ingesteld. Ook is het mogelijk om tijdens een van deze procedures een spoedprocedure (een zogenaamde voorlopige voorziening) te voeren bij de bestuursrechter.

Overigens wordt het ontslagbesluit door het instellen van bezwaar, beroep of hoger beroep niet geschorst. Dit betekent dat het ontslagbesluit tijdens deze procedures in stand blijft. Het gevolg hiervan is weer dat u geen bezoldiging (salaris) ontvangt.

Na reorganisatieontslag heeft u in in principe recht op een uitkering.