Als ambtenaar beroep instellen bij de bestuursrechter

Terug naar overzicht

Als ambtenaar beroep instellen bij de bestuursrechter

Tegen een besluit van uw werkgever kunt u als ambtenaar bezwaar maken. Als dit bezwaar niet succesvol is, kunt u tegen de beslissing op bezwaar beroep instellen bij de onafhankelijke rechter. Deze onafhankelijke rechter is de bestuursrechter.

In vaktaal spreekt men dan over de sector bestuursrecht van de rechtbank. Het beroep wordt ingesteld door middel van een beroepschrift. Een kopie van de beslissing op bezwaar moet worden meegestuurd naar de rechtbank.

In het beroepschrift moet worden aangegeven waarom beroep wordt ingesteld. Als het beroep niet is gemotiveerd wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. In het beroepschrift wordt verzocht om vernietiging van de beslissing op bezwaar. Ook kan worden verzocht om een proceskostenveroordeling en een schadevergoeding.

De beroepstermijn bedraagt zes weken vanaf het moment van de beslissing op uw bezwaarschrift. Als deze termijn is verstreken is het niet meer mogelijk om beroep in te stellen. Als de termijn een probleem blijkt te zijn is het mogelijk om een zogenaamd voorlopig beroepschrift in te dienen.

Na ontvangst van het voorlopig beroepschrift zal de rechtbank de gelegenheid bieden om de gronden van beroep duidelijk te maken. Normaal gesproken wordt hiervoor een termijn gesteld van vier weken. De gronden van beroep worden opgenomen in een zogenaamd aanvullend beroepschrift.

In bestuursrechtelijke procedures bent u niet verplicht om een advocaat in te schakelen. U kunt er ook voor kiezen om zelf beroep in te stellen of een andere juridisch adviseur in te schakelen. Daarbij moet wel bedacht worden dat het bestuursrecht bijzonder ingewikkeld is.

Daar komt bij dat het ambtenarenrecht een zeer bijzonder rechtsgebied is. Vaak is het dan ook verstandig om een gespecialiseerd advocaat te raadplegen.

Op verzoek van de rechtbank levert uw werkgever het dossier, dat wil zeggen alle op de zaak betrekking hebbende stukken, aan. Van de rechtbank ontvangt u een kopie van het dossier. Uw werkgever wordt vervolgens door de rechtbank in de gelegenheid gesteld om een verweerschrift in te dienen. Hierin kan uw werkgever verzoeken om het beroep ongegrond te verklaren.

Daarna zal de rechtbank bepalen wanneer er een zitting zal plaatsvinden. Tijdens deze zitting kan het beroepschrift worden toegelicht. Sommige zaken zullen worden behandeld door één bestuursrechter. Dit noemt men ook wel de enkelvoudige kamer. Andere zaken zullen worden behandeld door drie rechters oftewel de meervoudige kamer.

Nadat de zitting heeft plaatsgevonden komt de rechtbank tot een uitspraak. Deze uitspraak wordt niet direct op de zitting gedaan. De uitspraak wordt binnen zes weken na de zitting aan de betrokken partijen toegezonden. Deze termijn kan worden verlengd met zes weken.

De rechtbank kan uw beroep gegrond of ongegrond verklaren. Als het beroep gegrond wordt verklaard zal de rechtbank uw werkgever opdragen om een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Uw werkgever zal dan natuurlijk rekening moeten houden met de overwegingen van de rechter. Tegen deze nieuwe beslissing op bezwaar kan zo nodig weer beroep worden ingesteld.

Ook kan de rechtbank zelf in de zaak voorzien. Dat wil zeggen dat de rechtbank dan zelf beslist hoe de zaak moet worden opgelost. Tegen de uitspraak van de rechtbank is hoger beroep mogelijk.