Welke soorten lijfrenten zijn er?

Terug naar overzicht

Welke soorten lijfrenten zijn er?

Een lijfrente is een levensverzekering die een periodieke uitkering (in vaktaal: een rente) uitkeert als u op een vooraf bepaalde datum in leven bent of als u voor een bepaalde datum komt te overlijden. In het laatste geval gaat er na uw overlijden een tijdelijke of levenslange uitkering lopen op het leven van uw nabestaande(n).

Bij de meeste lijfrenteverzekeringen staat de hoogte van de lijfrentetermijnen (periodieke uitkeringen) bij het afsluiten van de verzekering nog niet vast. Deze hoogte van deze uitkeringen worden pas bij het ingaan van deze uitkeringen vastgesteld aan de hand van het opgebouwde kapitaal.

Als u wilt dat de premie of koopsom van een lijfrenteverzekering aftrekbaar is, moet er bij het uitkeren van de periodieke uitkeringen sprake zijn van een van de volgende drie lijfrentevormen:

  • een oudedagslijfrente
  • een tijdelijke oudedagslijfrente
  • een nabestaandenlijfrente

Oudedagslijfrente

Deze lijfrentevorm keert vanaf de door u gewenste datum tot aan uw overlijden een levenslange periodieke uitkering uit. De belangrijkste kenmerken van deze lijfrentevorm zijn:

  • Ingangsdatum: vrij, maar uiterlijk op 70-jarige leeftijd
  • Einddatum: bij uw overlijden
  • Keert uit aan: de verzekeringnemer (uzelf)
  • Hoogte van de lijfrentetermijnen: onbeperkt

Tijdelijke oudedagslijfrente

Bij deze lijfrentevorm gaat het om een periodieke uitkering die niet eerder ingaat dan op 65-jarige leeftijd en niet later dan op 70-jarige leeftijd. Daarnaast moet deze lijfrentevorm voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Einddatum: vrij te kiezen, maar de duur moet minimaal vijf jaar zijn
  • Keert uit aan: de verzekeringnemer (uzelf)
  • Hoogte van de periodieke uitkering: maximaal 20.097 euro

Nabestaandenlijfrente

Deze periodieke uitkering is bedoeld voor uw nabestaanden. Deze lijfrente gaat in bij uw overlijden of het overlijden van uw (ex-) partner, maar kan door de betreffende nabestaande worden uitgesteld als de nabestaande/partner recht heeft op een ANW-uitkering. Als de door u aangewezen nabestaanden geen directe familieleden zijn, daar valt dus ook de partner onder, is elke looptijd acceptabel. Wel zal er voldaan moeten zijn aan een minimale sterftekans van 1%.

Als de nabestaande wel een direct familielid is dan kan deze ervoor kiezen de lijfrentetermijnen te laten stoppen uiterlijk bij het bereiken van de 30-jarige leeftijd van de nabestaande. Is de 30 jarige leeftijd al bereikt dan kan de nabestaandenlijfrente alleen eindigen bij overlijden. Kort samengevat voldoet deze lijfrentevorm aan de volgende voorwaarden:

  • Ingangsdatum: bij uw overlijden
  • Einddatum: vrij te kiezen, bij familieleden tot uiterlijk 30 jaar of overlijden
  • Keert uit aan: nabestaanden
  • Hoogte van de periodieke uitkering: onbeperkt

Overbruggingslijfrente

Let op: sinds 1 januari 2006 is de aftrekbaarheid van de premie voor de zogenaamde overbruggingslijfrente komen te vervallen. Deze lijfrentevorm bood de mogelijkheid om eerder te stoppen met werken. Het is mogelijk dat u al voor 1 januari 2006 een verzekering voor een overbruggingslijfrente heeft gesloten. U mag dan het tot 1 januari 2006 opgebouwde kapitaal nog wel omzetten in een overbruggingslijfrente die de periode tot aan uw pensioendatum overbrugt.