Scheiding en pensioen

Terug naar overzicht

Scheiding en pensioen

Sinds 1995 is de Wet Verevening Pensioenrechten van kracht. Daarin is bepaald dat het pensioen bij scheiding ‘verevend' wordt. Iedere partner heeft recht op de helft van het pensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Dat geldt zowel voor een gewone echtscheiding als voor de scheiding van tafel en bed.

Het maakt daarbij niet uit men in algehele gemeenschap van goederen of op huwelijkse voorwaarde is getrouwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan.

De ex-partner krijgt zijn/haar deel van het pensioen pas vanaf de datum dat de ander met pensioen gaat. Wanneer de scheiding binnen twee jaar is gemeld aan de pensioenuitvoerder, moet de pensioenuitvoerder het pensioendeel van de ex-partner rechtstreeks uitbetalen. Veel mensen vinden dat prettig, omdat ze dan niet afhankelijk zijn van de welwillendheid van de ex-partner.

Wordt de scheiding pas na twee jaar gemeld, dan vervalt het recht op rechtstreekse uitbetaling door de pensioenuitvoerder. Het recht op uitbetaling blijft, maar het aandeel moeten ze dan zelf bij hun ex opeisen. Het formulier om de scheiding te melden kan gedownload worden via Brochure pensioenverdeling.

Het deel van het pensioen dat aan uw ex wordt toebedeeld, wordt uitgekeerd zolang beiden in leven zijn. Na overlijden van de ex-partner, krijgt degene die het pensioen had opgebouwd weer het volledige pensioen. Bij eerder overlijden dan de ex-partner, stopt die uitkering. Mogelijk krijgt de ex dan nog wel een bijzonder nabestaandenpensioen.

Het is belangrijk om te weten of in de geldende pensioenregeling het partnerpensioen wordt opgebouwd of ‘op risicobasis is verzekerd'. In dat laatste geval heeft de ex partner geen aanspraak op een uitkering bij overlijden van de ander.

Voor partnerpensioen dat wordt opgebouwd is in de wet geregeld dat de ex-partner recht heeft op een bijzonder partnerpensioen. Het bijzonder partnerpensioen is het partnerpensioen dat tot de datum van echtscheiding is opgebouwd.

Het wordt een bijzonder pensioen genoemd omdat het na overlijden van de (gewezen) deelnemeraan de pensioenregeling wordt uitbetaald op een moment dat de ex-partner niet meer met de deelnemer of ex-deelnemer getrouwd is, en dus eigenlijk ook geen weduwe of weduwnaar is. Ook geregistreerde partners hebben recht op zo'n bijzonder partnerpensioen.

Mag ik van de wettelijke regeling van pensioenverdeling afwijken?

U mag van de wettelijke regeling van pensioenverdeling afwijken. Dat kan door te beslissen dat er niet 50:50 (standaardverdeling) wordt verdeeld, maar in een ander verhouding of dat er in het geheel niet wordt verdeeld.

De belangrijkste afwijking van de standaardverdeling is conversie. Bij conversie worden het aandeel in het ouderdomspensioen en de waarde van het eventuele bijzonder partnerpensioen omgezet in een eigen pensioenrecht voor de ex-partner.

Conversie kan voor de ex-partner aantrekkelijk zijn omdat hij/zij dan zelf kan bepalen wanneer het pensioen ingaat. Beperkende voorwaarde is dat wel moet worden gekeken naar de mogelijke pensioendatum in de regeling van de ex- partner.

Kent de regeling 65 jaar als pensioenleeftijd dan moet het pensioen op de 65 jarige leeftijd van de ex ingaan in plaats van op de 65 jarige leeftijd van degene die het pensioen heeft opgebouwd. Het kan echter ook nadelig zijn omdat de ex na het overlijden van de voormalige partner het partnerpensioen misloopt.

De ex-partner die voor conversie kiest, moet dus volledig in het eigen onderhoud kunnen voorzien. In veel situaties waarin alimentatie wordt ontvangen, is dit niet het geval. Conversie kan ook nadelen hebben voor degene die het pensioen heeft opgebouwd. Bij verevening zou men na overlijden van de ex-partner weer het volledige ouderdomspensioen krijgen. Bij conversie gaat dat niet op, want dan wordt definitief afstand gedaan van de helft van het ouderdomspensioen.