Wat is een pro forma ontslagprocedure en waar dient deze procedure voor?

Terug naar overzicht

Wat is een pro forma ontslagprocedure en waar dient deze procedure voor?

De pro-forma ontslagprocedure is een korte, puur schriftelijke procedure waarbij de werkgever en de werknemer min of meer gezamenlijk aan de rechter vragen om de overeengekomen ontslagregeling te bevestigen.

Het is dan ook geen ‘echte' ontslagprocedure. De rechter wordt niet gevraagd om de ontslagkwestie inhoudelijk te behandelen, maar om een akkoord te geven op de regeling die partijen getroffen hebben. De rechter zal dit in het algemeen zonder problemen doen. De schriftelijke bevestiging van de rechter noemt men ook wel de beschikking.

Een paar jaar geleden was het vrij gebruikelijk dat deze pro-forma procedure gevoerd werd. De werkgever en de werknemer hadden al afspraken gemaakt over de beëindiging van het dienstverband, maar de werknemer liep het risico om zijn WW-uitkering mis te lopen. Sinds 1 oktober 2006 is een werknemer niet meer verwijtbaar werkloos als hij instemt met de beëindiging van zijn dienstverband. Hierdoor wordt van de pro-forma procedure nog slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik gemaakt:

  • Bij een lange fictieve opzegtermijn.
  • Bij een zieke of arbeidsongeschikte werknemer.
  • Bij vrees voor een niet-betalende werkgever.

Bij een lange fictieve opzegtermijn

Bij het toekennen van een WW-uitkering hanteert het UWV een wachttermijn, de zogenaamde fictieve opzegtermijn. Deze fictieve opzegtermijn is gelijk aan de opzegtermijn die uw werkgever in acht had moeten nemen als uw arbeidsovereenkomst geëindigd zou zijn door de opzegging van uw dienstverband.

Een voorbeeld.

Stel dat u op grond van uw arbeidsovereenkomst een opzegtermijn van een maand heeft en uw werkgever een opzegtermijn van twee maanden in acht moet nemen. U besluit met wederzijds goedvinden uw arbeidsovereenkomst te beëindigen per 1 augustus. Alle beëindigingafspraken worden vastgelegd in een overeenkomst die u samen met uw werkgever ondertekent op 20 juli.

Het UWV brengt u als werknemer dan een wachttermijn (fictieve opzegtermijn) in rekening van twee maanden. Dit is immers de opzegtermijn die uw werkgever in acht had moeten nemen als uw arbeidsovereenkomst zou zijn opgezegd. De peildatum voor het UWV is de datum waarop u met uw werkgever overeenstemming bereikt hebt, in dit geval dus 20 juli.

Omdat er bij de fictieve opzegtermijn steeds uitgegaan wordt van volle kalendermaanden loopt de fictieve opzegtermijn in dit geval dus af op 1 oktober. U krijgt dus pas een WW-uitkering vanaf 1 oktober.

Deze fictieve opzegtermijn mag met een (1) maand verkort worden als er sprake is geweest van een ontslagprocedure. De pro-forma ontslagprocedure kan er dus voor zorgen dat u een maand eerder een WW-uitkering ontvangt. Let op: de minimale fictieve opzegtermijn bedraagt een (1) maand. De pro-forma ontslagprocedure heeft hier dus alleen zin bij een fictieve opzegtermijn van twee maanden of langer.

Tot slot: het UWV hanteert geen fictieve opzegtermijn als u geen ontslagvergoeding ontvangt. Als dit het geval is in uw specifieke situatie, dan is een pro-forma ontslagprocedure waarschijnlijk overbodig.

Bij een zieke of arbeidsongeschikte werknemer

Voor een zieke of arbeidsongeschikte werknemer is de toetsing om in aanmerking te komen voor een Ziektewetuitkering strenger dan de toetsing van een niet-zieke werknemer om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering.

Als u ziek of arbeidsongeschikt bent en u denkt dat u ook na het einde van de arbeidsovereenkomst ziek of arbeidsongeschikt zult blijven, verwacht het UWV van u dat u zich tegen het ontslag verweert. Dit betekent dat u de nodige risico's loopt als u zomaar akkoord gaat met een beëindigingsovereenkomst.

Om dit risico te verkleinen wordt in deze situaties vaak afgesproken dat er een pro-forma ontslagprocedure gevoerd wordt. Laat u altijd van juridisch advies voorzien als u in een dergelijke situatie zit. De pro-forma procedure is namelijk geen garantie om in aanmerking te komen voor een uitkering.

Bij vrees voor een niet-betalende werkgever

Als u vreest dat uw werkgever een overeengekomen ontslagvergoeding niet op tijd en volledig kan of wil betalen, is een pro-forma procedure mogelijk een extra steun in de rug. De bevestiging van de rechter, de zogenaamde beschikking, kan door een deurwaarder namelijk gebruikt worden om zonodig beslag te leggen bij uw werkgever en de ontslagvergoeding te incasseren.

Als u alleen beschikt over een beëindigingsovereenkomst, dan moet u de rechter eerst nog verzoeken om uw werkgever te veroordelen tot betaling, voordat u uw ontslagvergoeding daadwerkelijk kunt incasseren. De pro-forma procedure maakt de incassomogelijkheden dus wat eenvoudiger.