Uitkeringen & sociale zekerheid: Veelgestelde vragen
Nee, dat is niet nodig. Als uw kind een HBO-opleiding gaat volgen of naar de universiteit gaat, hoeft u die wijziging niet door te geven aan de SVB. De SVB krijgt deze gegevens van de IB-groep. Als uw kind recht heeft op studiefinanciering, dan stopt het recht op kinderbijslag.
Ja, dat heeft gevolgen voor uw kinderbijslag. Het is heel goed mogelijk dat u voor uw kind, toen hij/zij uitwonend was, dubbele kinderbijslag ontving. Dit heeft te maken met de onderhoudskosten die u voor hem had. Als uw kind weer thuis woont krijgt u maximaal enkele kinderbijslag.
Nee. Sinds 1 januari 1996 hebben kinderen boven de 18 jaar in principe geen recht meer op kinderbijslag.
Als uw kind studeert, kan hij/zij in de meeste gevallen een beroep doen op de Wet Studiefinanciering of op de Wet tegemoetkoming onderhoudsbijdrage en schoolkosten. Als uw kind werkloos en 18 jaar of ouder is, kan er een beroep worden gedaan op de Wet werk en bijstand (zie onderdeel Wet werk en bijstand).
Dit hangt af van uw persoonlijke situatie. De Wmo-voorzieningen kunnen voor u een uitkomst bieden als u beperkingen in het dagelijks leven ervaart wegens uw leeftijd, ziekte of handicap.
U kunt bij uw eigen gemeente de Wmo-voorzieningen aanvragen. Veel gemeenten hebben een speciaal Wmo-loket voor vragen en advies. Bij de gemeente vult u een aanvraagformulier in. Er wordt soms ook gevraagd naar de hoogte van uw inkomen.
Dit is nodig om uw eigen bijdrage te kunnen berekenen. Ook moet u invullen of u ook AWBZ-zorg krijgt. Anders betaalt u misschien teveel eigen bijdrage.
Op het gebied van zorg, welzijn en wonen zijn de volgende voorzieningen in de WMO opgenomen:
- hulp bij het huishouden
- woonvoorzieningen
- rolstoelen of andere verplaatsmiddelen
- vervoersvoorzieningen
- gehandicaptenparkeerplaats en parkeerkaart
Indien u één van deze voorzieningen nodig heeft, dan kunt u hiervoor bij uw eigen gemeente terecht.
Ja, er zal vaak een eigen bijdrage aan u gevraagd worden om een deel van de kosten van de Wmo-voorziening te betalen. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van uw inkomen. Hoe hoger uw inkomen, hoe hoger de eigen bijdrage zal zijn. Naar uw vermogen (eigen huis, spaargeld) zal niet worden gekeken. Gemeenten bepalen zelf de hoogte van de eigen bijdragen.
Let er op dat dit per gemeente dus verschillend kan zijn. Indien u een indicatie wilt hebben van de hoogte van uw eigen bijdrage, dan kunt dat berekenen op de website van het Centraal Administratie Kantoor (CAK).
De kinderen hebben zelf recht op de wezenuitkering. Als de kinderen zelf een uitkering aanvragen, moet de wettelijk vertegenwoordiger de aanvraag mede ondertekenen. Een wettelijk vertegenwoordiger kan bijvoorbeeld een voogd zijn. Het geld van de uitkering kan worden overgemaakt naar een rekening van de kinderen of naar een rekening van de wettelijk vertegenwoordiger.
Ja, daar zit een verschil tussen. Bij hulp bij het huishouden moet u denken aan de hulp die u krijgt in uw huishouden. Bijvoorbeeld aan de afwas doen, eten koken, wassen, strijken, stofzuigen en ramen lappen. Sinds 1 januari 2007 valt deze hulp onder de Wmo.
Bij persoonlijke verzorging moet u denken aan de hulp die u krijgt voor uzelf. Bijvoorbeeld hulp bij het opstaan, douchen, scheren, opmaken, aankleden, eten en drinken. Hulp bij het huishouden valt onder de Wmo. Persoonlijke verzorging valt niet onder de Wmo. Deze krijgt u vergoedt uit de AWBZ.
Dat is goed mogelijk. Maar of u daadwerkelijk in aanmerking komt voor een nabestaandenuitkering, is afhankelijk van uw persoonlijke situatie. Om in aanmerking te komen voor een nabestaandenuitkering moet uw situatie in elk geval aan de volgende voorwaarden voldoen:
- u ontving van uw ex-man alimentatie
- de betaling en de hoogte van de alimentatie is door een rechter vastgesteld
- op de dag van uw scheiding voldeed u aan de voorwaarden voor een nabestaandenuitkering.
Als u recht heeft op een nabestaandenuitkering, kan de hoogte van de nabestaandenuitkering niet hoger zijn dan de hoogte van de alimentatie.


