Ga naar content

WIA: Veelgestelde vragen

Wanneer u volledig arbeidsongeschikt bent en blijvend hulp of verzorging van anderen nodig heeft, dan kunt u in aanmerking komen voor een hogere uitkering van 100% of 85% van uw WIA-maandloon. U moet hiervoor zelf een uitkering bij het UWV aanvragen.

Als u naast uw uitkering werkt, wordt 70% van wat u verdient verrekend met uw uitkering. Uw inkomsten zijn wel altijd hoger als u naast uw uitkering werkt. Uw inkomen bestaat immers dan immers uit de uitkering, en een gedeelte van het bedrag dat u met werken verdient.

Na verloop van tijd zal opnieuw geoordeeld worden of sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.

Wanneer u naast uw uitkering werkt, worden de inkomsten verrekend met uw uitkering. Uw totale inkomsten zijn altijd hoger als u naast uw uitkering werkt. Uw inkomen bestaat dan immers uit de uitkering, en een gedeelte van het bedrag dat u met werken verdient. Na verloop van tijd zal opnieuw geoordeeld worden of u nog arbeidsongeschikt bent.

De duur van de loongerelateerde WGA-uitkering wordt berekend aan de hand van uw arbeidsverleden. De optelsom van het feitelijk en fictieve arbeidsverleden. Elk jaar arbeidsverleden geeft recht op 1 maand loongerelateerde WGA-uitkering met een maximum van 38.

Uw feitelijke arbeidsverleden bestaat uit de jaren vanaf 1 januari 1998 waarin u ten minste 52 dagen loon hebt ontvangen. Uw fictieve arbeidsverleden is het aantal jaren vanaf het jaar waarin u 18 jaar werd tot aan 1998. Het maakt dus niets uit als u in deze periode helemaal niet gewerkt heeft.

De loongerelateerde WGA-uitkering eindigt:

  • Als u 65 jaar wordt
  • Als u langer dan drie maanden verblijft in een land waarmee Nederland geen verdrag heeft gesloten over het uitbetalen van uitkeringen
  • Als u gedetineerd raakt
  • Als u de maximale uitkeringsduur bereikt heeft of u alsnog volledig en duurzaam arbeidsongeschikt wordt

De vervolguitkering is een WGA-uitkering waar u recht op kunt hebben na afloop van de loongerelateerde WGA-uitkering. U heeft recht op een vervolguitkering als u gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent en minder verdient dan 50% van het bedrag dat u volgens de arbeidsdeskundige van UWV nog zou kunnen verdienen (uw zogenaamde restverdiencapaciteit).

Ook heeft u recht op een vervolguitkering wanneer u niet voldoet aan de zogenaamde wekeneis. Deze wekeneis houdt in dat u in 36 weken voor uw eerste ziektedag gedurende tenminste 26 weken gewerkt moet hebben.

De vervolguitkering is gebaseerd op het minimumloon. Er wordt niet meer direct rekening gehouden met wat u vroeger verdiende. De vervolguitkering is een percentage van het geldende minimumloon.

De hoogte van het percentage is afhankelijk van uw mate van arbeidsongeschiktheid. Wanneer uw oude loon lager was dan het minimumloon, dan wordt het uitkeringspercentage gekoppeld aan dit lagere loon.

Als u gedeeltelijk arbeidsongeschikt blijft, kunt u de WGA-vervolguitkering blijven ontvangen totdat u 65 jaar wordt. Als u meer dan 50% gaat verdienen van uw restcapaciteit, dan komt u in aanmerking voor een WGA-loonaanvulling. Wanneer u een baan vindt waarmee u 65% of meer van uw oude loon verdient, eindigt de uitkering.

U heeft recht op een IVA-uitkering, wanneer u na de wachttijd van 104 weken volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent. Dit is het geval als u niet meer dan 20% van uw laatstverdiende loon kunt verdienen en er bovendien geen of maar een zeer kleine kans is op herstel.

Wanneer u arbeidsongeschikt wordt en al snel blijkt dat u in een stabiele situatie van duurzame arbeidsongeschiktheid verkeert, kunt u het UWV tussen de 13de en de 68ste ziekteweek vragen om vervroegde keuring.

Dit verzoek kan echter maar eenmaal gedaan worden. Het is dus zaak de aanvraag pas te doen op een moment u er vrij zeker van bent dat uw bedrijfsarts en medisch specialisten uw standpunt steunen.

Terug naar boven