Ga naar content

WIA: Veelgestelde vragen

Als u gedeeltelijk arbeidsongeschikt blijft, kunt u de WGA-vervolguitkering blijven ontvangen totdat u 65 jaar wordt. Als u meer dan 50% gaat verdienen van uw restcapaciteit, dan komt u in aanmerking voor een WGA-loonaanvulling. Wanneer u een baan vindt waarmee u 65% of meer van uw oude loon verdient, eindigt de uitkering.

U heeft recht op een IVA-uitkering, wanneer u na de wachttijd van 104 weken volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent. Dit is het geval als u niet meer dan 20% van uw laatstverdiende loon kunt verdienen en er bovendien geen of maar een zeer kleine kans is op herstel.

Wanneer u arbeidsongeschikt wordt en al snel blijkt dat u in een stabiele situatie van duurzame arbeidsongeschiktheid verkeert, kunt u het UWV tussen de 13de en de 68ste ziekteweek vragen om vervroegde keuring.

Dit verzoek kan echter maar eenmaal gedaan worden. Het is dus zaak de aanvraag pas te doen op een moment u er vrij zeker van bent dat uw bedrijfsarts en medisch specialisten uw standpunt steunen.

Na 104 weken arbeidsongeschiktheid komt u mogelijk in aanmerking een WIA-uitkering. Dit wordt door het UWV beoordeeld. De beoordeling vindt plaats, nadat u een aanvraag WIA heeft gedaan.

U bent volgens de WIA arbeidsongeschikt wanneer u als gevolg van een ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling minder dan 65% kan verdienen dan u verdiende voordat u arbeidsongeschikt werd.

Door het UWV wordt het loon dat wat u na 104 weken nog kan verdienen vergeleken met het loon dat u verdiende voordat u ziek werd.

Het UWV stel aan de hand van een keuring vast wat de mate van arbeidsongeschiktheid is. Allereerst heeft u een gesprek met een verzekeringsarts. Deze stelt uw beperkingen vast. Daarna heeft u een gesprek met een arbeidsdeskundige. Deze bekijkt wat u nog kunt verdienen met uw beperkingen.

Het verschil tussen uw oude loon en het loon wat u in theorie nog kunt verdienen bepaalt de mate van arbeidsongeschiktheid.

Nee, er wordt niet gekeken of u uw eigen werk nog kunt verrichten. Er wordt gekeken wat u met gangbare arbeid in theorie nog kunt verdienen, wanneer uitgegaan wordt van uw beperkingen. Het verschil tussen uw oude loon en het loon wat u nog kunt verdienen in theorie bepaalt de mate van arbeidsongeschiktheid.

Een WGA-uitkering is een uitkering voor volledig en niet-duurzame arbeidsongeschikte werknemers en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers. De WGA kent 3 soorten uitkeringen: de loongerelateerde WGA-uitkering, de WGA-loonaanvullingsuitkering en de WGA-vervolguitkering.

WGA staat voor Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. U komt in aanmerking voor een loongerelateerde WGA-uitkering wanneer u na de wachttijd van 104 weken 65% of minder van uw laatstverdiende loon kunt verdienen, maar niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt bent. Bovendien moet in u 36 weken voor uw eerste ziektedag in 26 weken hebben gewerkt (wekeneis)

Om in aanmerking te komen voor een loongerelateerde WGA-uitkering moet u voldoen aan de wekeneis. U moet in de 36 weken voor uw eerste ziektedag in minimaal 26 weken hebben gewerkt. Hierbij tellen alle weken, waarin u minimaal één uur heeft gewerkt, mee.

Dat geldt ook voor betaalde vakanties en bijzonder verlof. De periode van 36 weken wordt verlengd met periodes van ziekte/onbetaald verlof. Voor sommige sectoren geldt een verkorte wekeneis.

De hoogte van uw loongerelateerde WGA-uitkering bedraagt 75% van het WIA-maandloon, gedurende de eerste 2 maanden en 70% van het WIA-maandloon daarna.

Het WIA- maandloon wordt berekend aan de hand van het gemiddelde dagloon in het jaar voorafgaande van uw arbeidsongeschiktheid. Het maandloon is 21,75 x het (gemaximeerde) dagloon.

De loongerelateerde WGA-uitkering is daar dan 75% of 70% van. U bouwt 8% vakantietoeslag op. Deze vakantietoeslag wordt in mei uitgekeerd.

Terug naar boven