Ga naar content

Bijstandswet: Veelgestelde vragen

Uw uitkering wordt per (kalender) maand vastgesteld en uitbetaald. Is uw uitkering bijvoorbeeld op 17 januari ingegaan dan krijgt u 15/31 van het voor u geldende normbedrag. Meestal wordt de uitkering uitbetaald aan het eind van de maand. Dus eind februari ontvangt u de uitkering voor de maand februari.

Zodra u niet meer voldoet aan de voorwaarden voor een bijstandsuitkering wordt de uitkering stop gezet. Denk aan de situatie dat u een baan vindt. Het is van groot belang dat u deze wijziging zo snel mogelijk met een wijzigingsformulier doorgeeft aan de gemeente.

Betaalt de gemeente uw uitkering toch uit, zet deze dan apart op een spaarrekening, zodat u deze kunt terugbetalen.

U kunt bijzondere bijstand krijgen voor bijzondere kosten. Dat zijn kosten die u normaal gesproken niet moet maken. U kunt hierbij denken aan advocaatkosten of bijvoorbeeld extra kledingslijtage ten gevolge van een handicap. Deze kosten moeten wel noodzakelijk zijn.

Daarnaast moet u op geen enkele andere manier een vergoeding voor deze kosten kunnen krijgen. Dus ook niet via een verzekering die u af had kunnen sluiten, of via een andere subsidieregeling.

Nee. Voor bepaalde kosten kan de gemeente een drempelbedrag vaststellen. Informeer daarvoor bij uw gemeente.

Als u dus kosten hebt waarvoor dit drempelbedrag geldt, dan moeten uw kosten eerst meer bedragen dan het drempelbedrag voordat u voor bijzondere bijstand in aanmerking komt.

Nee. Ook mensen met een laag inkomen zoals alleen een AOW-uitkering komen voor bijzondere bijstand in aanmerking. U mag overigens ook niet een te hoog vermogen hebben.

In 2009 mag u als alleenstaande niet meer dan 5.455 euro bezitten. Als u alleenstaande ouder bent of gehuwd of samenwonend mag u niet meer dan 10.910 euro aan vermogen hebben.

De langdurigheidstoeslag is een toeslag die u van de gemeente kunt krijgen als u al langer van een minimuminkomen leeft. De toeslag is bedoeld voor bijvoorbeeld een nieuwe koelkast of wasmachine, of om rekeningen van te betalen. Als u een laag inkomen blijft houden kunt u elk jaar opnieuw een aanvraag indienen.

Ja, maar voor maar maximaal vier weken, tenzij u ontheven bent van alle arbeidsverplichtingen. In dat geval kunt u 13 weken in het buitenland verblijven. Als u ontheven bent van alle arbeidsverplichtingen, dan is u dat schriftelijk medegedeeld door de gemeente.

Als u langer dan vier weken in het buitenland verblijft, krijgt u over die periode geen bijstand. Daarnaast loopt u het risico dat de gemeente uw uitkering tijdelijk verlaagt omdat u verwijtbaar heeft gehandeld.

Als u 65 jaar of ouder bent en u naast uw AOW-pensioen aanvullende bijstand ontvangt, mag u 26 weken per jaar in het buitenland verblijven.

Ja, deze moet u altijd van te voren doorgeven. Informeer bij uw gemeente welke regels binnen uw gemeente van toepassing zijn.

Als u in de bijstand zit moet u zogenaamde algemeen geaccepteerde arbeid aanvaarden. Dat kan werk zijn dat beneden uw opleidingsniveau ligt en waarmee u minder verdient dan met uw vorige baan. Ook zult u een reistijd van maximaal anderhalf uur enkele reis moeten accepteren.

Als u dus werk wordt aangeboden en u weigert dit aan te nemen, dan kan de gemeente uw uitkering (tijdelijk) verlagen. Blijft u werk weigeren dan kan de gemeente uitkering zelfs tijdelijk stopzetten.

Sinds 1 januari 2012 mag de gemeente van iedereen die een bijstandsuitkering ontvangt een zogenaamde tegenprestatie verwachten. Dit betekent dat u verplicht kunt worden om tijdelijk maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten.

U ontvangt officieel bericht van de gemeente over deze tegenprestatie. Bent u het met deze tegenprestatie niet eens, dan kunt u hier tegen bezwaar maken.

Terug naar boven