Bijstandswet: Veelgestelde vragen
U kunt bijzondere bijstand krijgen voor bijzondere kosten. Dat zijn kosten die u normaal gesproken niet moet maken. U kunt hierbij denken aan advocaatkosten of bijvoorbeeld extra kledingslijtage ten gevolge van een handicap. Deze kosten moeten wel noodzakelijk zijn.
Daarnaast moet u op geen enkele andere manier een vergoeding voor deze kosten kunnen krijgen. Dus ook niet via een verzekering die u af had kunnen sluiten, of via een andere subsidieregeling.
Nee. Voor bepaalde kosten kan de gemeente een drempelbedrag vaststellen. Informeer daarvoor bij uw gemeente.
Als u dus kosten hebt waarvoor dit drempelbedrag geldt, dan moeten uw kosten eerst meer bedragen dan het drempelbedrag voordat u voor bijzondere bijstand in aanmerking komt.
Nee. Ook mensen met een laag inkomen zoals alleen een AOW-uitkering komen voor bijzondere bijstand in aanmerking. U mag overigens ook niet een te hoog vermogen hebben.
In 2009 mag u als alleenstaande niet meer dan 5.455 euro bezitten. Als u alleenstaande ouder bent of gehuwd of samenwonend mag u niet meer dan 10.910 euro aan vermogen hebben.
De langdurigheidstoeslag is een toeslag die u van de gemeente kunt krijgen als u al langer van een minimuminkomen leeft. De toeslag is bedoeld voor bijvoorbeeld een nieuwe koelkast of wasmachine, of om rekeningen van te betalen. Als u een laag inkomen blijft houden kunt u elk jaar opnieuw een aanvraag indienen.
Ja, maar voor maar maximaal vier weken, tenzij u ontheven bent van alle arbeidsverplichtingen. In dat geval kunt u 13 weken in het buitenland verblijven. Als u ontheven bent van alle arbeidsverplichtingen, dan is u dat schriftelijk medegedeeld door de gemeente.
Als u langer dan vier weken in het buitenland verblijft, krijgt u over die periode geen bijstand. Daarnaast loopt u het risico dat de gemeente uw uitkering tijdelijk verlaagt omdat u verwijtbaar heeft gehandeld.
Als u 65 jaar of ouder bent en u naast uw AOW-pensioen aanvullende bijstand ontvangt, mag u 26 weken per jaar in het buitenland verblijven.
Ja, deze moet u altijd van te voren doorgeven. Informeer bij uw gemeente welke regels binnen uw gemeente van toepassing zijn.
Als u in de bijstand zit moet u zogenaamde algemeen geaccepteerde arbeid aanvaarden. Dat kan werk zijn dat beneden uw opleidingsniveau ligt en waarmee u minder verdient dan met uw vorige baan. Ook zult u een reistijd van maximaal anderhalf uur enkele reis moeten accepteren.
Als u dus werk wordt aangeboden en u weigert dit aan te nemen, dan kan de gemeente uw uitkering (tijdelijk) verlagen. Blijft u werk weigeren dan kan de gemeente uitkering zelfs tijdelijk stopzetten.
Sinds 1 januari 2012 mag de gemeente van iedereen die een bijstandsuitkering ontvangt een zogenaamde tegenprestatie verwachten. Dit betekent dat u verplicht kunt worden om tijdelijk maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten.
U ontvangt officieel bericht van de gemeente over deze tegenprestatie. Bent u het met deze tegenprestatie niet eens, dan kunt u hier tegen bezwaar maken.
Het voorschot is minimaal 90% van het voor u geldende bijstandsbedrag. Het voorschot is een lening. Als de uitkering wordt toegekend, wordt de lening hiermee verrekend.
Als de gemeente besluit u geen voorschot te verlenen dan kunt u hiertegen bezwaar maken. U kunt dan tegelijkertijd de rechter vragen om de gemeente te verplichten een voorschot te betalen.


