Studiefinanciering: de aanvullende beurs
Uitkeringen & sociale zekerheid
Studiefinanciering: de aanvullende beurs
In tegenstelling tot het recht op een basisbeurs, is het recht op aanvullende beurs wel afhankelijk van het inkomen van de student.
Peiljaar voor ouderlijk inkomen
Voor het meetmoment van dit ouderlijk inkomen wordt een zogenaamd peiljaar gehanteerd. Dit peiljaar ligt twee jaar voor het jaar van de aanvraag van de studiefinanciering. Als u dus in 2009 een aanvullende beurs hebt aangevraagd, wordt gekeken naar het inkomen dat uw ouders hadden in het jaar 2007.
De hoogte van het inkomen van uw ouders bepaald uiteindelijk of en zo ja, hoe hoog de aanvullende beurs is waarop u recht heeft. Er wordt bij deze berekening ook rekening gehouden met:
- een eventuele studieschuld die uw ouders nog moeten terugbetalen
- of u broers of zussen heeft die ook al een aanvullende beurs ontvangen
- of u andere schoolgaande broers en zussen in het voortgezet onderwijs en/of beroepsonderwijs heeft die geen studiefinanciering ontvangen
Ouderbijdrage
De IB-Groep berekent aan de hand van het inkomen van uw ouders in het peiljaar wat de hoogte is van de zogenaamde ouderbijdrage. Dit is het bedrag dat de ouders van de student geacht worden zelf te kunnen bijdragen aan de studie van hun kind. Hoe hoger de ouderbijdrage, des te lager de aanvullende beurs. De ouderbijdrage wordt namelijk afgetrokken van de maximaal te verkrijgen aanvullende beurs.
Op basis van de door uw ouders aan de IB-Groep verstrekte gegevens en de gegevens van de Belastingdienst wordt de hoogte van de ouderbijdrage vastgesteld. Om zelf de ouderbijdrage te berekenen kunt u gebruik maken van brochures van de IB-Groep.
Als de ouderbijdrage nul is, komt u in aanmerking voor de volledige aanvullende beurs. Is de ouderbijdrage gelijk of groter aan de volledige aanvullende beurs, dan komt u dus niet in aanmerking voor een aanvullende beurs.
De hoogte van de volledige aanvullende beurs bedraagt in het hoger onderwijs per januari 2010:
- voor een uitwonende student 239,08 euro
- voor een thuiswonende student 219,16 euro
In het beroepsonderwijs
- voor een uitwonende student 326,83 euro
- voor een thuiswonende student 306,90 euro
Let op: uw ouders moeten goed controleren of hun inkomen correct is vastgesteld. Als er namelijk een foute berekening gemaakt is, kan de IB-Groep met terugwerkende kracht de ouderbijdrage corrigeren. Als de IB-groep uitgaat van een te laag inkomen van uw ouders dan betekent dit dat u de teveel betaalde aanvullende beurs moet terugbetalen.
De aanvullende beurs wordt niet teruggevorderd als:
- De IB-groep bij de vaststelling van de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage meerdere malen een fout heeft gemaakt bij de verwerking van dezelfde gegevens; en
- Het redelijkerwijs niet duidelijk kon zijn dat sprake was van een onjuist besluit; en
- De herziening van de ouderlijke bijdrage ook leidt tot een terugvordering van studiefinanciering bij u.
Het spreekt voor zich dat deze uitzondering zich niet snel zal voordoen, met name de eis dat meerdere keren een fout gemaakt moet worden bij de verwerking van dezelfde gegevens is een lastig te nemen hindernis.
Verlegging van het peiljaar
Als het inkomen van uw ouders ineens achteruit gaat, kunt u de IB-Groep verzoeken om een zogenaamde peiljaarverlegging naar het jaar van de inkomensachteruitgang. In dat geval kan dus rekening gehouden worden met een lager inkomen van uw ouders.
Als u al aanvullende beurs ontving, kunt u met terugwerkende kracht meer aanvullende beurs krijgen. Om in aanmerking te komen voor het verleggen van het peiljaar moet er wel sprake zijn van een structurele (dat wil zeggen minimaal drie jaar) inkomensachteruitgang bij uw ouders van minimaal 15%.
