De loongerelateerde WGA-uitkering

Terug naar overzicht

De loongerelateerde WGA-uitkering

Na 104 weken arbeidsongeschiktheid kunt u in aanmerking komen voor de zogenaamde loongerelateerde WGA-uitkering:

  • als u 65% of minder van uw laatstverdiende loon kunt verdienen
  • als u niet volledig arbeidsongeschikt bent met een zeer kleine kans op herstel (u komt dan namelijk in aanmerking voor een IVA-uitkering)
  • als u voldoet aan de zogenaamde wekeneis. Dat wil zeggen dat u in 36 weken voor uw eerste ziektedag gedurende tenminste 26 weken gewerkt moet hebben.

Wanneer u niet voldoet aan de wekeneis komt u misschien wel in aanmerking voor een WGA-loonaanvullingsuitkering of een WGA-vervolguitkering.

De wekeneis voor de WGA

Om in aanmerking te komen voor een loongerelateerde WGA-uitkering, moet u voldoen aan de wekeneis. U moet in de 36 weken voor uw eerste ziektedag gedurende minimaal 26 weken hebben gewerkt. Daarbij houdt het UWV rekening met het volgende:

  • Voor de wekeneis tellen alle weken, waarin u minimaal één uur heeft gewerkt, mee. Dat geldt ook voor betaalde vakanties en bijzonder verlof.
  • Als u niet gewerkt heeft omdat u ziek of arbeidsongeschikt was of omdat u onbetaald verlof genoot dan worden deze weken (met een maximum van 78 weken) opgeteld bij de periode van 36 weken.
  • Voor filmmedewerkers, musici en artiesten geldt een verlaagde wekeneis. Zij moeten in de 39 weken vooraf aan hun ziekte 16 weken hebben gewerkt.
  • Als u voor uw eerste ziektedag recht had op WW-uitkering heeft u na 104 weken altijd recht op een loongerelateerde uitkering. Om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering geldt namelijk dezelfde wekeneis.

Een voorbeeld.

U wordt ziek op maandag 17 november 2012. Om te zijner tijd (na verloop van 104 weken) in aanmerking te kunnen komen voor een WGA-uitkering moet u in de 36 weken voorafgaand aan 17 november 2012 minimaal 26 weken gewerkt hebben. Deze periode loopt dus van 10 maart 2012 tot 17 november 2012.

U hoeft in deze periode van 26 weken hoeft niet aaneengesloten werkzaam te zijn. Misschien werkte u af en toe als uitzendkracht. Het gaat erom dat u in totaal tenminste 26 weken gewerkt heeft.

Nog een voorbeeld.

In de periode van 36 weken heeft u maar 22 weken gewerkt. Maar u was gedurende 5 weken ziek. Deze 5 weken worden opgeteld bij de periode van 36 weken. Er wordt dan dus gekeken naar de 41 weken voorafgaande aan uw werkloosheid. In deze 41 weken moet u dan 26 weken hebben gewerkt. Dezelfde regel geldt ook als u een uitkering kreeg in verband met zwangerschap, bevalling, adoptie of pleegzorg.