Hoe verloopt een WIA-keuring? Deel I

Terug naar overzicht

Hoe verloopt een WIA-keuring? Deel I

Als u bijna 104 weken ziek bent, kunt u een WIA-uitkering aanvragen. U krijgt hierover na anderhalf jaar ziekte een brief van het UWV. Het is belangrijk om uw WIA-uitkering op tijd aan te vragen. In principe moet u uiterlijk in de 91e week van uw arbeidsongeschiktheid de uitkering aanvragen.

Als het UWV aan de hand van uw aanvraag tot de conclusie komt dat u en uw werkgever voldoende aan re-integratie hebben gedaan, ontvangt u een uitnodiging voor een gesprek en/of onderzoek met de verzekeringsarts van het UWV.

De totale WIA-keuring bestaat in feite uit 3 onderdelen:

  1. Een gesprek/onderzoek met de verzekeringsarts
  2. Een onderzoek door de arbeidsdeskundige
  3. Het vaststellen van de mate van uw arbeidsongeschiktheid

1. Een gesprek/onderzoek met de verzekeringsarts

U krijgt naar aanleiding van uw WIA-aanvraag een oproep voor een gesprek en/of onderzoek door een verzekeringsarts van het UWV. Deze arts onderzoekt welke beperkingen u heeft door uw ziekte of handicap. Hij onderzoekt wat u nog wel kunt en wat u niet meer kunt.

Deze arts stelt uw ‘belastbaarheid' voor werk vast. De arts:

  • voert een gesprek met u
  • kan een medisch onderzoek verrichten
  • kan medische informatie opvragen bij uw specialisten
  • kan u laten onderzoeken door een medisch deskundige, die niet bij het UWV werkt
  • kan een tweede verzekeringsarts inschakelen als er sprake is van een ziekte, die moeilijk te beoordelen is, zoals het chronisch vermoeidheidsyndroom/ME, RSI, fibromyalgie en psychische problemen

Een aantal tips ter voorbereiding op dit gesprek/onderzoek:

  • U mag de arts natuurlijk ook zelf vragen of hij informatie op wil vragen bij uw specialisten. Hij is dat echter niet verplicht.
  • Om informatie op te mogen vragen bij uw specialisten of artsen, heeft de verzekeringsarts van UWV een machtiging van u nodig, zodat uw specialisten weten dat u toestemming geeft de informatie te verstrekken.
  • Maak van tevoren aantekeningen van wat u zelf kwijt wilt aan de arts.
  • Wanneer u zelf recente medische informatie heeft kunt u een kopie daarvan aan de verzekeringsarts geven.
  • Neem in elk geval een lijst namen en adresgegevens van uw behandelend artsen mee naar het onderzoek.
  • Neem de verpakkingen mee van de medicijnen die u gebruikt.
  • U mag iemand ter ondersteuning meenemen naar het gesprek met de verzekeringsarts.
  • Vraag uw arts(en) om uw medische situatie te beschrijven. Neem de brief of aantekeningen van uw arts mee naar het gesprek.
  • Zet op een rijtje tegen welke problemen u in het dagelijks leven aanloopt door uw ziekte. Welke dingen kunt u wel en niet doen? Geef voorbeelden.
  • Zet op een rijtje hoe uw doorsnee dag eruit ziet. Maar beschrijf ook een goede dag en een slechte dag en geef aan hoe vaak die voorkomen.
  • Zet alles op papier, ook uw vragen. Neem uw aantekeningen mee naar het gesprek.
  • Patiëntenorganisaties en belangengroepen kunnen u helpen bij de voorbereiding.
  • U hebt recht op een verslag van de gesprekken. Ook mag u uw dossier inzien. Dat moet u wel schriftelijk aanvragen bij uw UWV-kantoor.

De verzekeringsarts stelt uw beperkingen vast

De verzekeringsarts vult aan de hand van medische informatie en zijn eigen onderzoek uw beperkingen in op de zogenaamde ‘functionele mogelijkheden lijst' (FML). Op de lijst worden zes categorieën genoemd, waarop u beperkt kunt zijn:

  • persoonlijk functioneren ( zoals concentratie, flexibiliteit, werktempo)
  • sociaal functioneren (zoals omgang met collega's)
  • aanpassing aan omgevingseisen
  • dynamische handelingen (bewegen)
  • statische houdingen ( zoals zitten en staan)
  • werktijden ( zoals werken in de nacht, aantal uren per dag)

> Volgende pagina