Hoe verloopt een WIA-keuring? Deel II

Terug naar overzicht

Hoe verloopt een WIA-keuring? Deel II

2. Onderzoek door de arbeidsdeskundige

Nadat u bij de verzekeringsarts bent geweest, wordt u uitgenodigd voor een gesprek met de arbeidsdeskundige. Deze deskundige bekijkt wel werk u nog kunt doen met de beperkingen die door de verzekeringsarts zijn vastgesteld. Het gaat er voor het UWV om dat duidelijk wordt hoeveel inkomen u nog kunt verdienen met deze werkzaamheden.

CBBS

Uit een speciaal computersysteem, het CBBS, selecteert de arbeidsdeskundige een aantal functies die u nog kunt uitoefenen. In dit CBBS-systeem zijn beschrijvingen opgenomen van beroepen die in Nederland voorkomen.

Denk bijvoorbeeld aan beroepen als productiemedewerker, administratief medewerker, maar ook portier of inpakker van koekjes. Het gaat er dus niet om of er voor deze werkzaamheden ook daadwerkelijk vacatures zijn. Er wordt alleen gekeken of u - met uw beperkingen - in theorie in staat zou zijn om een dergelijke functie uit te oefenen.

Per functie is aangegeven:

  • wat u moet doen in de functie
  • hoe zwaar het werk is
  • welke opleiding u ervoor nodig hebt
  • welk loon u ermee kunt verdienen
  • het aantal arbeidsplaatsen, oftewel: hoeveel bestaande werkplekken er in Nederland zijn van deze functies

De arbeidsdeskundige kijkt naar al het werk wat gangbaar is. Dit is een ruim begrip, want de arbeidsdeskundige mag daarbij kijken naar:

  • uw eigen werk bij uw oude werkgever of
  • uw eigen werk bij een ander werkgever of
  • ander werk
  • werk van eigen niveau
  • werk van een lager niveau

De arbeidsdeskundige mag geen arbeid selecteren waarvoor een bepaalde opleiding vereist is, die u niet heeft. Ook mag het werk niet van een hoger opleidingsniveau zijn. Werk waarvoor slechts een korte cursus nodig is, mag de arbeidsdeskundige wel selecteren.

3. Vaststellen mate van arbeidsongeschiktheid

De arbeidsdeskundige moet minimaal 3 functies selecteren. (Als er niet minstens 3 beroepen zijn te selecteren die u nog zou kunnen uitoefenen, dan bent u voor de WIA volledig arbeidsongeschikt.)

Van deze functies neemt hij vervolgens het loon van de middelste functie. Dit loon noemt men dan ook wel uw ‘restverdiencapaciteit'. Dit zou in theorie het loon moeten zijn dat u nog kunt verdienen met inachtneming van uw beperkingen.

Vervolgens vergelijkt de arbeidsdeskundige dit loon met het loon dat u verdiende voordat u ziek werd (in vaktaal: uw maatmanloon). Het verschil tussen uw restverdiencapaciteit en uw maatmanloon is uw arbeidsongeschiktheidspercentage voor de WIA.

Een voorbeeld.

Frans verdiende als gasfitter 25 euro bruto per uur. Na een ongeval kan hij volgens de arbeidsdeskundige aan de slag als parkeerwachter, portier of sluiswachter. Als parkeerwachter kan hij 19 euro per uur verdienen, als portier 17,25 euro en als sluiswachter 21 euro. Aan de hand van het middelste loon van parkeerwachter wordt de arbeidsongeschiktheid van Frans berekend.

Het verschil tussen zijn oude loon en het loon dat hij nog kan verdienen is 25 - 19 = 6 euro. Ten opzichte van zijn oude loon kan Frans dus nog maar 76% verdienen. Toch is Frans voor de WIA niet arbeidsongeschikt, daarvoor is namelijk vereist dat Frans minder dan 65% van zijn oude loon kan verdienen.

Minimale voorwaarden voor arbeidsdeskundige

Omdat de functies die de arbeidsdeskundige selecteert in grote mate uw arbeidsongeschiktheidspercentage bepalen, is het belangrijk om te weten dat de arbeidsdeskundige:
- minimaal drie functies (beroepen) moet aanwijzen. Als hij dit niet kan, bent u volledig arbeidsongeschikt voor de WIA.

  • alleen functies mag selecteren waarvan minstens 3 arbeidsplaatsen te vinden zijn.
  • uit moet gaan van het aantal uren dat u werkte voordat u ziek werd, ook als dit meer dan 38 uur was.
  • moet aantonen dat de geselecteerde functies ook in deeltijd voorkomen als u om medische redenen alleen in deeltijd kunt werken.
  • functies mag aanwijzen met andere werkdagen of werkuren dan waarop u werkte voordat u ziek werd. Werk in het weekend of 's avonds (of juist overdag) kan dus ook geschikt zijn. Werk met structurele nachtdiensten is alleen geschikt als u dat vroeger ook deed; avond- en nachtwerk mag natuurlijk alleen als u dat met uw ziekte of handicap aankunt.
  • er in het algemeen vanuit mag gaan dat u eenvoudig Nederlands spreekt en begrijpt en dat u eenvoudige dingen op de computer kunt doen. Alleen als u dit door uw ziekte of handicap niet kunt, mag de arbeidsdeskundige dit niet aannemen.

< Vorige pagina