Arbeidsongeschiktheidsverzekering en gezondheidsverklaring

Terug naar overzicht

Arbeidsongeschiktheidsverzekering en gezondheidsverklaring

Bij de aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering zit meestal een formulier met vragen over uw gezondheid. Deze vragen stelt de verzekeringsmaatschappij om in te kunnen schatten hoe groot het risico is dat u arbeidsongeschikt raakt.

De gezondheidsverklaring bestaat in veel variaties. Soms is het een lange lijst met vragen over allerlei ziektes, operaties en klachten. Een andere keer is het een korte lijst waarin maar enkele vragen worden gesteld. Ook komt het voor dat de gezondheidsverklaring is voorgedrukt en dat u slechts een handtekening hoeft te zetten of een paar kruisjes als antwoord op een vraag.

In welke vorm de gezondheidsverklaring ook is opgesteld, het is altijd belangrijk dat u alle vragen goed doorleest en iedere vraag naar waarheid beantwoordt. Doet u dat niet, dan loopt u het risico dat de verzekeraar bij ontdekking de verzekering opzegt of u geen uitkering verstrekt.

Let er ook op dat u wijzigingen in uw gezondheidssituatie die ontstaan zijn na het invullen van het aanvraagformulier moet melden, in elk geval tot het moment waarop uw aanvraag door de verzekeringsmaatschappij is geaccepteerd. Als u dus ziek wordt nadat u de gezondheidsverklaring hebt opgestuurd, dan moet u dit spontaan bij de verzekeraar melden.

Vragen over erfelijke ziekten
De verzekeraar mag geen vragen stellen over (mogelijke) erfelijke ziekten van u of van uw familieleden (bloedverwanten). Ook mag u hiervoor niet worden gekeurd door een arts. Dit geldt voor arbeidsongeschiktheidsverzekeringen onder de zogenaamde vragengrens. De vragengrens ligt momenteel op een verzekerd bedrag van 36.249 eruo (eerstejaarsrisico) en 24.267 euro (na het eerstejaarsrisico). Als u een verzekering sluit met hogere verzekerde bedragen dan de vragengrens, dan mag de verzekeraar wel vragen naar erfelijke ziektes.

Als een erfelijke ziekte zich bij u geopenbaard heeft, dan moet u dat overigens wel altijd melden.

Vragen over AIDS en HIV
De verzekeraar mag vragen of u AIDS heeft of dat er HIV-antistoffen in uw bloed zijn aangetroffen. De verzekeraar mag geen AIDS of HIV-test laten uitvoeren, tenzij u een verzekering aanvraagt met een dekking voor het eerste jaar van meer dan 36.249 euro en/of voor het tweede jaar van meer dan 24.267 euro. De verzekeraar mag ook een AIDS of HIV-test laten doen als uw antwoorden op het gezondheidsformulier daartoe aanleiding geven. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin u ooit een bloedtransfusie heeft gehad.

U kunt bezwaar maken bij de verzekeraar als deze een AIDS of HIV-test verlangt. Als uw bezwaar niet naar tevredenheid wordt opgelost, dan kunt u een klacht indienen bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening. Als uw bezwaar en klacht ongegrond worden verklaard, dan kunt u nog steeds weigeren om mee te werken aan deze test. Het gevolg daarvan zal dan waarschijnlijk wel zijn dat uw aanvraag wordt afgewezen.

Wet op de Medische Keuringen
Om te voorkomen dat een verzekeraar onbeperkt medische informatie over u verzamelt, zijn in de Wet op de Medische Keuringen een aantal beperkingen gesteld. Zo verbiedt de wet keuringen die een onevenredige inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van de gekeurde persoon. Zo mogen er bijvoorbeeld geen vragen worden gesteld naar seksuele contacten om aldus de kans op HIV-seropositiviteit of andere seksueel overdraagbare ziektes in te schatten. Onder keuring wordt verstaan zowel het stellen van vragen over de gezondheidstoestand als het doen van medisch onderzoek.

De Wet op de Medische Keuringen bepaalt dat de verzekeraar geen vragen mag stellen over (mogelijke) erfelijke ziekten van u of van uw familieleden (bloedverwanten). Ook mag u hiervoor niet worden gekeurd door een arts. Dit geldt voor alle arbeidsongeschiktheidsverzekeringen onder de zogenoemde vragengrens. De vragengrens ligt momenteel op een verzekerd bedrag van 36.249 euro (eerstejaarsrisico) en 24.367 euro (voor de volgende jaren). Als u een verzekering sluit met hogere verzekerde bedragen dan de vragengrens, dan mag de verzekeraar wel vragen naar erfelijke ziektes.

Protocol Verzekeringskeuringen
Het Protocol Verzekeringskeuringen is opgesteld door o.a. het Verbond van Verzekeraars. Het Protocol is van toepassing op keuringen bij het sluiten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Onder keuring wordt verstaan zowel het stellen van vragen over de gezondheidstoestand als het doen van medisch onderzoek. Volgens dit Protocol heeft de verzekeraar de volgende mogelijkheden om het arbeidsongeschiktheidsrisico te beoordelen:

  • Gezondheidsvragenlijst
  • Het vragen van een toelichting aan de aspirant-verzekerde
  • Een aanvullend gericht medisch onderzoek
  • Een onderzoek door een keurend arts 
  • Het opvragen van medische informatie bij uw behandelend artsen
  • Een combinatie van deze mogelijkheden

Volgens het Protocol Verzekeringskeuringen moet de verzekeraar u vooraf informeren over het doel en de inhoud van de keuring, over de procedure en over uw rechten en plichten. Ook de arts die u keurt, zal u vooraf moeten informeren over zijn opdracht en over de aard en inhoud van zijn onderzoek.

Volgens het Protocol Verzekeringskeuringen kunt u schriftelijk bezwaar maken tegen een keuring. Als uw bezwaar niet naar uw tevredenheid is afgewikkeld, dan kunt u een klacht indienen bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening, het Kifid.

Als u bezwaar maakt, dan wordt de keuring opgeschort in afwachting van de afhandeling van uw bezwaar. Ook het indienen van een klacht bij dit Klachteninstituut heeft opschortende werking. Dus zolang uw bezwaar of klacht loopt, hoeft u niet mee te werken aan een keuring.

De medisch adviseur
De arbeidsongeschiktheidsverzekeraar laat zich adviseren door een medisch adviseur. Dit is een arts die de verzekeraar adviseert over de medische aspecten van uw aanvraag. Mede aan de hand van het advies van de medisch adviseur beslist de verzekeraar of hij met u een arbeidsongeschiktheidsverzekering wil sluiten.

Alleen de medisch adviseur en personen die tot zijn functionele eenheid behoren, zoals bijvoorbeeld zijn secretaresse hebben inzage in uw medische gegevens. De medisch adviseur heeft een geheimhoudingsplicht en is onderworpen aan het medisch tuchtrecht. Dit betekent dat als u van mening bent dat deze medisch adviseur u onzorgvuldig behandeld heeft, u een klacht kunt indienen bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.

De medisch adviseur verzamelt medische informatie over uw gezondheidstoestand en houdt hiervan een medisch dossier bij. U heeft recht op inzage en een kopie van uw medisch dossier. Als blijkt dat er fouten staan in uw medisch dossier, dan kunt u verlangen dat deze fouten worden gecorrigeerd. Ook heeft u recht op een kopie van de adviezen die de medisch adviseur over u aan de verzekeringsmaatschappij gegeven heeft.

Aansprakelijkheid van de medisch adviseur
De medisch adviseur moet bij zijn advisering ‘die zorg betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht'. Deze formulering noemt men ook wel de professionele standaard. De Richtlijn Claimbeoordeling AOV bepaalt daarover dat de medisch adviseur: 

  • medische gegevens verzamelt, analyseert en weegt
  • zorgt dat zijn conclusies voldoende steun vinden in feiten, omstandigheden en bevindingen
  • zorgt dat zijn conclusies consistent en inzichtelijk zijn
  • niet buiten zijn professionele deskundigheid treedt
  • zich onthoudt van uitspraken over medische aangelegenheden die niet relevant zijn

De medisch adviseur is ook gebonden aan de Beroepscode voor Geneeskundig Adviseurs werkzaam in particuliere verzekeringszaken en/of personenschadezaken, de zogenaamde GAV-beroepscode.

De GAV-beroepscode bepaalt onder meer dat de medisch adviseur in zijn advies aan de verzekeraar het gerechtvaardigde belang van de verzekerde niet uit het oog mag verliezen. Ook staat in de GAV-beroepscode dat de medisch adviseur zich onafhankelijk moet opstellen bij zijn oordeelsvorming. Helaas is de praktijk op dit punt weerbarstig.