WW en passende arbeid

Terug naar overzicht

WW en passende arbeid

Het begrip 'passende arbeid' speelt in de WW een grote rol. Het gaat dan om de vraag welke werkzaamheden u verplicht moet accepteren om een WW-uitkering te krijgen of te behouden.

Een voorbeeld.
Door een reorganisatie komt uw functie te vervallen. Uw werkgever biedt u een andere functie aan die u niet zo ziet zitten. Als u deze functie echter weigert, wordt u hoogstwaarschijnlijk ontslagen. Als het UWV van mening is dat u de aangeboden functie had moeten accepteren, ontvangt u geen WW-uitkering.

Nog een voorbeeld.
Karin heeft jaren gewerkt als verpleegster. Op enig moment is zij leidinggevende geworden. Zij kan echter de nieuwe ontwikkelingen niet meer bijbenen en er komt steeds meer kritiek op haar functioneren. Karin's werkgever vindt dat het zo niet langer kan en wil Karin andere werkzaamheden aanbieden. Op zich is Karin het hier wel mee eens.

Haar werkgever heeft echter geen vergelijkbare functie voor haar en biedt haar een baan als verpleegster aan. Moet Karin deze functie met ook een lager loon dan accepteren? In eerste instantie niet, maar na verloop van tijd kan dat wel het geval zijn. Stel dat Karin eerst gedurende een periode van een halfjaar met de hulp van een outplacementbureau tevergeefs probeert een vergelijkbare baan met een vergelijkbaar salaris te vinden (=passende arbeid). De baan van verpleegster zou dan wel eens als passende arbeid kunnen worden beschouwd.

Wat is de definitie van passende arbeid in het kader van de WW?
Werk is passend als u het werk zowel in lichamelijk opzicht als voor wat betreft vaardigheden aan kunt. Voor iemand die tenger is, is bijvoorbeeld zeer zware lichamelijke arbeid niet passend. Als u niet de juiste opleiding en/of werkervaring heeft kan bepaald werk ook niet passend zijn.

Passende arbeid wordt ruimer uitgelegd naarmate u langer werkloos bent of de kans op werkhervatting kleiner is. Voor werknemers van 55 jaar en ouder kan om die reden werk al eerder passend zijn dan voor een jonger iemand. De kansen op een baan voor een 55 plusser zijn immers minimaal.

Bij de vraag of arbeid in uw geval passend is, kunnen ook subjectieve omstandigheden een rol spelen, zoals de zorg voor uw gezinsleden, gezondheidsproblemen en gewetensbezwaren. In bijzondere gevallen kan arbeid die normaal als passend wordt beschouwd, om persoonlijke redenen alsnog niet passend zijn. Uit uitspraken van rechters kan worden afgeleid, dat strikt persoonlijk getinte bezwaren tegen een werkaanbod slechts onder strikte voorwaarden acceptabel zijn. Met andere woorden: persoonlijke bezwaren worden bijna nooit geaccepteerd. Sociale status is daar een goed voorbeeld van. Dat is nooit een reden waarom werk niet passend zou zijn.

Een voorbeeld.
Stel dat u op basis van uw geloofsovertuiging niet op zondag wilt werken. Mag u dan functies weigeren waarbij op zondag gewerkt moet worden? Het antwoord is nee. Er zijn veel banen in Nederland waarbij op zondag gewerkt moet worden. Denkt u maar eens aan de brandweer, de politie of tal van banen in de horeca. De Arbeidstijdenwet verbiedt het werken op zondag niet. Wel is het werken op zondag aan regels gebonden.

Richtlijn passende arbeid
Om te beoordelen of werk passend is, heeft het ministerie van Sociale Zaken een richtlijn passende arbeid opgesteld. In deze richtlijn wordt met name gekeken naar: de aard van het werk, de hoogte van het loon en de reisduur.

Aard van het werk
U krijgt van het UWV zes maanden de tijd om werk te zoeken op uw eigen niveau. Gedurende die periode hoeft u geen arbeid op een lager niveau te aanvaarden. Dat geldt overigens niet in alle gevallen. Als duidelijk is dat u nooit meer op eigen niveau aan het werk komt, zult u meteen op een lager niveau naar werk moeten zoeken. Denk hierbij opnieuw aan de 55 plusser.

Na een half jaar moet u in ieder geval werk op een lager niveau zoeken en accepteren. Als u inmiddels een jaar onafgebroken een WW-uitkering heeft ontvangen, is alle arbeid passend, ongeacht het niveau van uw oorspronkelijke werkzaamheden. Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Niveau 

WO/HBO 

MBO 

VMBO 

Basis 

 WO/HBO

 0-6 mnd

 6-12 mnd

 na 12 mnd

 na 12 mnd

 MBO

 

 0-6 mnd

 6-12 mnd

 na 12 mnd

 VMBO

 

 

 0-6 mnd

 na 6 mnd

 Basis

 

 

 

 0-6 mnd

Onder MBO-niveau wordt dan tevens HAVO/VWO-niveau verstaan. Onder VMBO-niveau wordt ook MAVO-niveau begrepen. Als u bijvoorbeeld een universitaire opleiding (WO) heeft, dan moet u dus na zes maanden werk op MBO-niveau accepteren.

Voor schoolverlaters (inclusief afgestudeerde academici) wordt echter elke arbeid, ongeacht de aard of het niveau van de arbeid, als passend beschouwd. Hierbij geldt wel dat voor dat werk ten minste het minimumloon moet worden betaald.

Opvularbeid en eigen beroep op lager niveau
In afwachting van werk op uw eigen niveau mag het UWV van u verwachten dat u tijdelijk werk verricht op een lager niveau. Juist omdat het om tijdelijke werkzaamheden gaat, mag een flexibelere opstelling van u verwacht worden. Als u in een vaste baan aan de slag kunt in uw eigen beroep, maar op een lager niveau, dan is dit werk passend als u de mogelijkheid heeft om binnen een afzienbare termijn weer op uw eigen niveau aan de slag kunt.

Loonniveau
U mag de eerste zes maanden werk zoeken dat voor wat betreft beloning (loon en emolumenten) niet of niet in belangrijke mate afwijkt van het loon dat u vroeger verdiende. Een uitzondering op deze regel geldt voor werknemers die vroeger een stuk meer verdienden dan wat vergelijkbare werknemers in dit beroep normaal gesproken verdienen. Als u met seizoensarbeid of uitzendwerk een hoger loon verdiende dan normaal, dan moet u ook genoegen nemen met minder loon.

U hoeft alleen geen werk te aanvaarden waarvan het loon lager is dan de hoogte van de WW-uitkering. Dat zou namelijk betekenen dat u zichzelf financieel zou benadelen door bepaald werk te accepteren. Maar als u een jaar of langer werkloos bent, is alle arbeid passend ongeacht de hoogte van het loon. Dat komt omdat de WW-uitkering na een jaar verandert in een suppletieregeling. Dit betekent dat het loon verrekend wordt met uw uitkering.

Uiteraard moet het loon wel in overeenstemming zijn met de geldende CAO en het voor u geldende wettelijk minimumloon, of het gebruikelijke loon. Als het loon dat u aangeboden wordt, lager is dan uw loon bij uw vorige werkgever, kunt u een beroep doen op de dagloongarantie

Reisduur
Als er voor het werk gereisd moet worden en u moet als werknemer hoge kosten maken, kan dit een rol spelen bij de vraag of er al dan niet sprake is van passende arbeid. In het eerste half jaar wordt een reisduur (heen en terug) van niet meer dan rond de twee uur (per dag) acceptabel geacht. Dit maximum kan hoger liggen als u voor uw oorspronkelijke werkzaamheden langere reistijden had.

Na zes maanden moet u zelfs een reisduur van maximaal rond de drie uur accepteren, tenzij u in uw oude beroep een langere reistijd had. Het gaat hierbij om reistijden met het openbaar vervoer. Als u bijvoorbeeld erg afgelegen woont of als er nauwelijks openbaar vervoer is in uw omgeving, kunnen er ook hogere eisen aan u gesteld worden voor wat betreft reisduur en zult u een langere dan gebruikelijke reisduur moeten accepteren.

Verhuizen voor passende arbeid?
Op dit moment kan het UWV nog niet van u verlangen dat u verhuist om passende arbeid te accepteren. Dit zou in de toekomst wel kunnen veranderen. De Sociaal-Economisch Raad (SER), een adviesorgaan van de overheid heeft aangegeven dat de mobiliteitscultuur in Nederland moet veranderen voor een betere baanmobiliteit. Dit advies zou later aanleiding kunnen zijn voor nieuwe wetgeving.