Duur van de WW-uitkering

Terug naar overzicht

Duur van de WW-uitkering

De duur van uw WW-uitkering hangt onder meer af van het aantal jaren dat u gewerkt heeft, uw zogenaamde arbeidsverleden. De WW-uitkering bestaat eigenlijk uit twee soorten uitkeringen:

  • de basisuitkering
  • de verlengde uitkering

Basisuitkering
Heeft u in de laatste 36 weken voordat u werkloos werd 26 weken gewerkt? Dan ontvangt u in ieder geval twee maanden een uitkering ter grootte van 75% van uw dagloon en daarna één maand een uitkering ter grootte van 70% van uw dagloon. U kunt alle weken meetellen waarin u minimaal één uur heeft gewerkt meetellen. Ook weken waarin u vakantie of ander betaald verlof genoten heeft, tellen mee.

De periode van 36 weken wordt verlengd met het aantal weken waarin u de hele week:

  • ziek of arbeidsongeschikt bent geweest
  • onbetaald verlof heeft genoten (met een maximum van 78 weken)
  • een zwangerschaps- of adoptieverlofuitkering heeft ontvangen
  • onverzekerde arbeid heeft verricht (bijvoorbeeld als startend ondernemer)

Als u er binnen deze drie maanden niet in slaagt om ander werk te verkrijgen, dan kunt u mogelijk in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering van uw gemeente.

Verlengde uitkering
Heeft u daarnaast in de vijf jaar vóór het jaar waarin u werkloos werd vier jaar of meer gewerkt dan komt u ook in aanmerking voor de verlengde WW-uitkering. Hoe lang u deze uitkering krijgt, is afhankelijk van het aantal kalenderjaren dat u heeft gewerkt. Een kalenderjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. In tenminste 4 kalenderjaren moet u in elk van die 4 kalenderjaren minimaal 52 dagen loon ontvangen hebben. Als u 52 dagen loon hebt ontvangen dan telt een kalenderjaar mee. Dit geldt over de jaren van 1998 tot en met 2012. Vanaf 2013 telt een jaar pas mee als er in dat jaar tenminste 208 uren is gewerkt.

Voor het arbeidsverleden tellen soms ook (delen van) jaren mee waarin u:

  • onbetaald verlof opnam,
  • voor jonge kinderen zorgde,
  • voor een zieke of gehandicapte zorgde (mantelzorg),
  • een volledige WIA- of WAO-uitkering kreeg (deze jaren tellen volledig mee),
  • in andere landen werkte, als de tijd die u daar werkte op grond van internationale verdragen mag worden meegeteld.

Hoe wordt mijn arbeidsverleden berekend?
Hoe lang u een WW-uitkering krijgt, hangt af van het aantal jaren dat u gewerkt heeft, uw zogenaamde arbeidsverleden. Elk jaar arbeidsverleden geeft recht op één maand WW-uitkering. Is uw arbeidsverleden tien jaar? Dan heeft u recht op tien maanden WW (uw basisuitkering en uw verlengde uitkering bij elkaar opgeteld). Om uw arbeidsverleden te berekenen moet u een speciale formule toepassen. Uw arbeidsverleden voor de WW bestaat namelijk uit:

1. uw feitelijke (daadwerkelijke) arbeidsverleden, en
2. uw fictieve arbeidsverleden

De optelsom van deze twee periodes vormt uw totale arbeidsverleden. En elk jaar arbeidsverleden geeft dus recht op één maand WW-uitkering.

1. Feitelijke arbeidsverleden
Uw feitelijke arbeidsverleden bestaat uit de jaren vanaf 1 januari 1998 waarin u ten minste 52 dagen loon hebt ontvangen. Het jaar waarin u werkloos wordt, telt niet mee.

Een voorbeeld.
Op 20 februari 2003 bent u bij een werkgever fulltime in dienst getreden. U wordt werkloos in 2013. Voor uw feitelijke arbeidsverleden tellen dan de jaren 2003 tot en met 2012.

Let op! Soms hebben werkgevers deze gegevens niet doorgegeven aan het UWV of is om een andere reden uw arbeidsverleden toch niet geregistreerd. Als gevolg daarvan kan de duur van uw WW-uitkering onjuist zijn berekend. U kunt hiertegen dan bezwaar maken.

2. Fictief arbeidsverleden
Bij uw fictieve arbeidsverleden wordt niet gekeken naar het aantal jaren dat u daadwerkelijk gewerkt heeft, maar wordt simpelweg het aantal jaren aangehouden vanaf het moment dat u 18 jaar werd tot aan 1998. Het maakt dus niets uit als u in deze periode helemaal niet gewerkt heeft. U kunt uw fictieve arbeidsverleden met de volgende formule berekenen: 1998 - (vul hier in: uw geboortejaar) - 18 = uw fictief arbeidsverleden

De duur van uw WW-uitkering kunt u berekenen met de volgende formule: Uw feitelijke arbeidsverleden (in jaren) + uw fictieve arbeidsverleden (in jaren) = de duur van uw uitkering (in maanden). De maximale duur van de WW-uitkering is 38 maanden.

Een voorbeeld.
Janneke wordt in 2013 ontslagen. Janneke is geboren in 1960. Haar fictieve arbeidsverleden bedraagt dan 1998 - 1960 = 38 - 18 jaar = 20 jaar. Let feitelijk arbeidsverleden bedraagt 15 jaar, de jaren 1998 tot en met 2012. Het jaar 2013 telt niet mee. Janneke heeft dus een arbeidsverleden van 35 jaar. Dat geeft haar recht op WW-uitkering van 35 maanden.

Bijzondere situaties die meetellen voor uw arbeidsverleden
In een aantal bijzondere situaties kunnen bepaalde jaren waarin u niet over minimaal 52 dagen loon ontvangen heeft, toch meetellen voor het bepalen van uw feitelijke arbeidsverleden. Dit kan het geval zijn:

  • als u een tijd voor jonge kinderen gezorgd hebt, of
  • als u voor een zieke of gehandicapte persoon gezorgd hebt

Zorgen voor jonge kinderen
Als u een of meerdere jaren geen 52 dagen loon heeft ontvangen omdat u voor kleine kinderen zorgde, kunnen deze jaren mogelijk toch (voor een deel) meetellen voor uw feitelijke arbeidsverleden. Deze regeling staat bekend onder de naam verzorgingsforfait. Niet alle jaren tellen mee voor deze regeling. Een jaar telt pas mee als u in dat betreffende jaar kinderbijslag kreeg voor een of meer kinderen jonger dan vijf jaar. Er wordt dan gekeken naar de leeftijd van uw kind op 1 januari van dat jaar.

Als u op dat moment niet in Nederland woonde, maar binnen de EU, dan telt dat jaar ook mee als u tenminste gezinsbijslag van dat betreffende land ontving.
Niet alle jaren tellen volledig mee voor uw arbeidsverleden:

  • de jaren tot en met 2004 tellen elk mee als 1 jaar
  • de jaren 2005 en 2006 tellen elk mee voor ¾
  • vanaf 2007 telt elk jaar mee voor ½

Het verzorgingsforfait in een bepaald jaar komt overigens te vervallen als u in dat jaar langer dan zes maanden een WW-uitkering of een loongerelateerde WIA-uitkering heeft ontvangen.

Zorgen voor een zieke of gehandicapte
Als u een of meerdere jaren geen 52 dagen loon heeft ontvangen omdat u voor een zieke of gehandicapte persoon zorgde, kunnen deze jaren mogelijk toch voor de helft meetellen voor uw feitelijke arbeidsverleden. Deze regeling staat bekend onder de naam mantelzorgforfait.

Het zorgen voor een zieke of gehandicapte persoon waarmee u een persoonlijke band heeft (familie, vrienden, buren, kennissen) staat ook wel bekend onder de naam mantelzorg. U kunt alleen een beroep doen op het mantelzorgforfait als u daadwerkelijk betaald kreeg voor deze zorg. Degene die u verzorgd heeft, moet u dan betaald hebben vanuit zijn of haar persoonsgebonden budget. Mantelzorg verleend als zelfstandig ondernemer telt hierbij niet mee.

Het mantelzorgforfait geldt alleen voor kalenderjaren vanaf 2007. Jaren vóór 2007 waarin u voor een zieke of gehandicapte zorgde, tellen dus niet mee voor uw arbeidsverleden. Het mantelzorgforfait in een bepaald jaar komt overigens te vervallen als u in dat jaar langer dan zes maanden een WW-uitkering of een loongerelateerde WIA-uitkering heeft ontvangen.

Samenloop
Misschien heeft u wel tegelijkertijd in een jaar mantelzorg verricht en de zorg gehad over een of meer jonge kinderen. Deze jaren mogen maar één keer (als half jaar) meetellen voor het vaststellen van uw feitelijke arbeidsverleden.